vrijdag 17 februari 2017

Onderzoek naar bijzondere interieurs in de gemeente Dongeradeel

Dongeradeel – In navolging van de gemeente Súdwest Fryslân en de gemeente Harlingen, wordt er een wetenschappelijk onderzoek gestart naar historische interieurs of onderdelen daarvan, die zich mogelijk nog in panden in de gemeente Dongeradeel bevinden.

Het initiatief daartoe wordt genomen door de in 2013 opgerichte Stichting Interieurs in Fryslân. Doel is onder meer het verkrijgen van kennis over historische interieurs die in Fryslân bewaard zijn gebleven. Op dit moment verdwijnen historische elementen in woningen in een hoog tempo. Hiermee verdwijnt definitief een deel van het Friese erfgoed. Middels een inventarisatie probeert de stichting een totaalbeeld van de Friese wooncultuur te krijgen. Hiertoe zullen bewoners van panden waarin wij verwachten dat er zich nog dergelijke interieurs of interieuronderdelen bevinden, worden uitgenodigd voor een informatieavond. Daarna zullen wij contact opnemen voor een afspraak voor een kortdurend onderzoek ter plaatse.

Wij zijn bijvoorbeeld geïnteresseerd in schouwen, fraai snijwerk, originele plafonds, vloeren, tegels, bedstee wanden, glas in lood ramen of een opmerkelijke trap. Meubels en huisraad en dergelijke vallen hier dus niet onder.

De stichting en het onderzoek zijn een particulier initiatief, opgezet door geïnteresseerde kenners. Zo maakt Meindert Seffinga, directeur van het Fries Scheepvaart Museum te Sneek, deel uit van het bestuur. Ook is prof. dr. Johan de Haan, bijzonder hoogleraar vanwege de Ottema-Kingma Leerstoel aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, bij het project betrokken.

Mocht u ons willen helpen bij het onderzoek, door panden aan te dragen, waarin zich mogelijk interessante onderdelen bevinden, dan kunt u contact met ons opnemen via het mailadres: info@interieursinfryslan.nl.

Meer informatie over de stichting vindt u op www.interieursinfryslan.nl


woensdag 15 februari 2017

Piet de Haan en Streekarchief Noordoost Fryslân delen historische huizeninformatie met Fryske Akademy

Kadastrale perceelnummer & bijbehorende 18e eeuwse reeelkohiernrs
In het verleden had menig huis in de Dokkumer binnenstad een eigen naam, zoals ‘De Blauwe Valck’, ‘de Swarte Ruiter’ of ‘de Toorn van Babilonien’. Maar waar bevonden deze panden zich? En wie waren de eigenaren en bewoners door de eeuwen heen?  
Piet de Haan zocht het uit. Daarvoor moest hij verschillende historische bronnen aan elkaar verbinden op basis van voormalige huis- en
perceelnummers. ‘Dat was niet makkelijk, omdat de registratie van huizen door de eeuwen heen steeds veranderde. Zo sluiten huidige huisnummers niet aan op die van de negentiende eeuw, maar ook het kadaster is weer anders opgezet dan de  achttiende-eeuwse reëelkohieren.’

De Haan heeft zijn informatie op 13 februari 2017 overgedragen aan de Fryske Akademy, die het zal betrekken in HISGIS. In deze digitale toepassing is de oudste kadastrale kaart uit 1832 de basislaag. Momenteel zijn daarin kadastrale gegevens te raadplegen, maar binnenkort zal dit uitgebreid worden met informatie over Dokkumer huizen, eigenaren en bewoners uit de periode van 1750-1850. Onder meer zal de bekende kaart van Smedema uit 1788 hierin betrokken worden. Ook het Streekarchief Noordoost Fryslân is verheugd met de samenwerking. Archivaris Tjeerd Jongsma: ‘We liepen al langer met het idee om de door onze vrijwilligers verzamelde gegevens digitaal beschikbaar te maken. HISGIS is hiervoor bij uitstek een geschikt platform.’

Dokkum is onderdeel van het grotere project ‘Fryslân 1750-1900: personen en percelen’ , waarmee de Fryske Akademy HISGIS uitbreidt met nieuwe gegevens over huiseigenaren en -bewoners van Friese steden en dorpen. Het project is onderdeel van het door de provincie Fryslân gefinancierde digitaliseringsprogramma Redbot. Projectleider Hans Mol: ‘Door voormalige huisregistraties aan elkaar en het oudste kadaster te verbinden is het mogelijk om de geschiedenis van onze voorouders te
Fragment uit het reëelkohier van 1789,P.de Haan
vertellen tot op het microniveau van huizen. Denk aan informatie uit volkstellingen en bevolkingsadministraties, waarin niet alleen de namen van mensen zijn opgenomen maar hun beroepen, leeftijd, inkomen en religie. Een wereld gaat open voor zowel de lokaal geïnteresseerden als historici en andere wetenschappers.’
Naar verwachting zal HISGIS Dokkum medio 2017 officieel gepresenteerd worden.

Voor meer informatie over  ‘Fryslân 1750-1900: personen en percelen’ zie: https://www.fryske-akademy.nl/undersyk/undersykstemas/macht-besit-en-romte-yn-fryslan/fryslan-1750-1900-persoanen-en-perselen/

zondag 12 februari 2017

Wat doet Redbot nu eigenlijk met digitalisering Friese collecties?

Binnen het project Redbot is het initiatief ondergebracht om de Friese culturele collectie te digitaliseren. Daar ben ik een groot voorstander van. Maar de aankondiging hiervan is al weer een tijdje geleden en ze zijn dus al even bezig. Maar ik heb geen flauw idee wanneer we nu concreet iets
te zien krijgen.
Eerst maar weer eens kijken op de centrale website Redbot.frl

De essentie geef ik hier integraal weer:
RedBot is dé online plek waar je informatie vindt over digitaal Fries erfgoed. Er is namelijk een groot project aan de gang waarbij een groot deel van het Fries cultureel erfgoed digitaal wordt gemaakt. Vanaf 2018 - en soms al eerder - kan iedereen online zoeken naar cultureel Fries erfgoed. Denk dan aan oude kaarten uit je regio, museumcollecties, Friese literatuur of films en foto’s. Maar ook notariële aktes en oude juridische stukken. De Friese culturele historie is straks nog maar één muisklik verwijderd van iedere huiskamer. Tot die tijd kun je hier alles vinden over de voortgang van het project, deelprojecten en de mensen die eraan werken.

Maar wanneer zien wij daar als cultureel geïnteresseerde gebruiker nu iets van? Vanaf 2018 pas? Een nogal vaag ruim begrip lijkt het. Enige specificatie van dit miljoenenproject kan toch niet teveel gevraagd zijn?

In het meest recente Nieuwsbericht (van 14 december 2016, dus 2 maanden geleden!) lees ik over de digitalisering van de collectie van het Jopie Huisman Museum. En wat staat daar dan vermeld: Of en wanneer de collectie van het Jopie Huisman online te zien zal zijn is nog niet helemaal duidelijk. Hiervoor moeten nog een aantal belangrijke besluiten genomen worden op het gebied van bijvoorbeeld de rechten, toekomstvisie en marketingstrategie. Ook het gedachtengoed van Jopie is hierin heel belangrijk: wat zou zijn mening hierover zijn geweest? In het voorjaar 2017 moet deze klus klaar zijn en gaat het museum bekijken wat de volgende stap is.
Dat klinkt mij wel heel erg vrijblijvend in de oren!

Of op de Projectenpagina/Kolleksjes Tichteby – Friese collecties online: De Friese museale collecties zijn straks voor een groot deel digitaal beschikbaar. Wanneer is dat straks dan? Dat kan toch wel wat concreter?

Goed is wel dat het project ook de samenwerking zoekt met bestaande (nationale) open platformen zodat de digitale collectie ook hier ontsloten wordt:
Europeana, De digitale erfgoedbibliotheek van Europa

Dimcon, De digitale museale collectie Nederland

Digitale collectie, Metadata van digitale erfgoedcollecties Nederland

Oorlogsbronnen, Alle digitale collecties van verzetsmusea en NIOD

Beste mensen van Redbot, wees dus alstublieft wat duidelijker en concreter over wat en wanneer het gedigitaliseerde online komt! Het kan in deze snelle tijd toch niet zo zijn dat alles pas in de loop van 2018 te zien is? Wat bv het Fries Museum aan digitale collecties online laat zien is vrij treurig momenteel.
Prachtig allemaal die digitale initiatieven met grote budgetten, maar vergeet niet ook wat geld aan de communicatie te besteden!

dinsdag 31 januari 2017

Historisch Tijdschrift Fryslân met landverhuizer, 1666 en visworst

Op de cover van Historisch Tijdschrift Fryslân, het tweemaandelijkse tijdschrift van het Koninklijk Fries Genootschap voor Geschiedenis en Cultuur, een jonge Fries die in de Amerikaanse Burgeroorlog vocht en omkwam. Sake Kooistra vocht als Silas Coster mee en was in 1853 met zijn
ouders na een barre tocht uit Arum naar de VS gereisd. In Fryslân beschrijft Wim van de Giesen zijn bijzondere levenswandel.
Het Rampjaar 1666, waarin op het Vlie een grote vloot koopvaarders door de Engelsen in brand werd gestoken, en daarna West-Terschelling, komt aan bod in twee artikelen. Anne Doedens beschrijft in Republiek in crisis hoe de Engelsen vrij spel hadden na de Tweedaagse Zeeslag. De Engelsen herdenken deze slag als 'Holmes Bonfire'.
Frans Breukelman vult aan met een artikel over dominee Grevesteyn, die geld ging inzamelen in Noord-Holland om de getroffenen te helpen.

Dat er niet alleen maar juichend over Lourens Alma Tadema geschreven werd en wordt bewijst Doeke Sijens in zijn artikel over 'Onzen beroemden voormaligen gewestgenoot'. In Engeland werd zijn werk soms schamper 'Victorians in togas' genoemd. Toch zijn er ook diverse aanwijzingingen dat Alma Tadema wel degelijk een 'echte romantische Fries' was.

Jeanine Otten neemt ons weer mee op een culinaire ontdekkingsreis. In de Eerste Wereldoorlog aten Duitse soldaten, die in België en Frankrijk gelegerd waren, visworstjes van mosselen die in Friese mosselpellerijen waren gekookt en gepeld. Hedentendage beleeft de 'Leeuwarder Ziltezee Worst' een revival.

De rubriek Historici in Friesland portretteert Marlies Stoter, conservator bij het Fries Museum. Nieuwsgierigheid is haar grootste drijfveer.
Han Nijdam van de Fryske Akademy heeft samen met Henk Meijering een groot project afgesloten dat tot een publicatie leidt van het boek Ommelander handschriften als spiegel van de Oudfriese rechtsliteratuur. Het zal een mooie aanvulling zijn op het eerdere boek Lichaam, Eer en Recht in middeleeuws Friesland.
In de rubriek Kort Nieuws o.a. een tentoonstelling over de oudste filmclub van Fryslan, Kleare Kimen, met films over de Elfstedentochten van 1954, 1956 en 1963.

Streekmuseum-Volkssterrenwacht van Burgum is gerenoveerd en heropend met twee tentoonstellingen, waarvan een over kapper Hendrik Bulthuis die de ontwerper was van de 12-kwadraat BM-er uit 1931. Deze afkorting van een type zeilboot staat voor BergumerMeer.

In de boekbespreking, door Wytse Vellinga, wordt het boek Gasten tegen wil en dank, van Erik Betten, besproken. Het gaat over Belgische vluchtelingen in de Eerste Wereldoorlog in Menaldumadeel.

zondag 29 januari 2017

Winterjûnenocht-lezing in Hiaure door architect Nynke-Rixt Jukema

Donderdag 2 februari: Winterjûnenocht-lezing in Hiaure

Architect Nynke-Rixt Jukema: Voel het nachtleven in Dongeradeel

Graag willen wij u hierbij uitnodigen voor onze ‘Winterjûnenocht-lêzing ' op donderdag 2 februari
a.s.
Onze gastspreker is architect Nynke-Rixt Jukema uit Mantgum. Jukema organiseert met haar initiatief Feel the Night, pelgrimages en tal van culturele evenementen rond de schoonheid van duisternis en stilte. Met beeld en geluid laat ze zien wat wij ’s nachts aan dieren en planten kunnen waarnemen.  
Dongeradeel is een van de laatste ‘Tsjustermienskippen’ waar de duisternis regeert en die nog grotendeels bedekt worden door een heldere sterrenhemel.

Waar: kerkje Hiaure
Wanneer: donderdag 2 februari
Aanvang: 20.00 uur (kerk open 19.45)

Ieder is welkom. Gratis entree. Wij zorgen voor een warme kachel, koffie, thee en koek.

Stichting Vrienden van de kerk Hiaure
Evt. informatie bij Bert Barten, 0519 220104
Stichting Vrienden van de kerk Hiaure

vrijdag 27 januari 2017

Waddencanon

Door Hilbert G. de Vries, Schiermonnikoog

De schrijvers van het boek “Geschiedenis van de Wadden; de canon van de Waddeneilanden”, Anne Doedens en Jan Houter noemen het boek een allereerste aanzet tot een cultuurgeschiedenis van alle Nederlandse Waddeneilanden en het wordt gepresenteerd als een naslagwerk; het boek ziet er ook mooi uit, met veel mooie foto’s. Kortom: het zal wel veel gebruikt worden in toekomstige onderzoeken en scripties.
En juist daar wringt het nu. Want het is wel een mooi boek, maar het zou nog veel mooier zijn als er niet zo veel fouten in zouden staan!
En dan heb ik het niet over drukfouten (volgens mij staan die er niet zo veel in), maar over inhoudelijke fouten.

Ik beperk me tot Schiermonnikoog en wil een paar voorbeelden noemen (er zijn er meer, maar ik laat het hier bij een selectie – een volledig lijstje kunt u bij mij krijgen).
Op blz. 46 wordt gesteld dat de vuurtoren onbemand is (dat is toch – gelukkig – echt niet zo);
op blz.84/85 wordt gesproken over het Riga-aardewerk, terwijl dat toch van hout is!
Op blz. 64 staat dat Johan Stachouwer het eiland in 1638 kocht – dat moet zijn 1640.
In Venster 22 over Beeldende kunst van, over en op de Wadden (het boek is, net zoals bijv. de Canon van de Nederlandse Geschiedenis, verdeeld in hoofdstukken, vensters genoemd) wordt Schiermonnikoog alleen genoemd als plaats waar Haaike Jaarsma de zeevaartschool heeft bezocht;
maar de naam van Martin van Waning wordt helemaal niet genoemd – hoewel er in het venster over kloosters wel een foto is afgedrukt van het standbeeld van de Schiere Monnik, dat gemaakt is door Van Waning.
Op blz. 120 staat dat Schiermonnikoog tussen 1801 en 1806 bij Groningen heeft gehoord – terwijl het toen (tijdens het Bataafs Gemenebest) toch echt bij het ‘Departement Friesland’ heeft gehoord (zie bijvoorbeeld op Wikipedia).
Venster 38 gaat over Banck en Bernstorff. De eerste zin daarvan luidt: ‘In 1859 verkochten Edzard van Starkenborch Stachouwer en zijn vrouw Schiermonnikoog’. (Het jaartal 1859 komt nog een paar keer voor in het boek).
Dit is een zin waarbij je de haren ten berge rijzen.
Het eiland werd namelijk door mr. Banck in 1858 gekocht van Edzard Tjarda van Starkenborch Stachouwer (die het eiland voor 2/3 in bezit had) en Gratia Susanna Stachouwer (die 1/3 van het eiland in bezit had). (zie Foskea van der Ven – Een omstreden eiland; blz. 129/130). En Edzard en Gratia waren niet man en vrouw, maar achterneef en –nicht.
Blz. 184: sedert 2007 is er een sneldienst naar Schiermonnikoog vanaf het Groningse (!) vakantiepark Esonstad.

De presentatie van het boek op Schiermonnikoog (het boek werd op alle eilanden gepresenteerd) was begonnen met de aanbieding van een ‘ingelijste, op zeer duurzaam papier geprinte kopie van een oorkonde uit Tresoar van 1465 – daarin komt het woord Schiermonnikoog voor het eerst voor’.
Afgezien van het feit dat de foto een kopie is van een deel van de bij Tresoar berustende foto van de oorkonde van 1465, is het niet waar dat de oudste vermelding van de naam Schiermonnikoog op de oorkonde van 1465 voorkomt; de oudste vermelding komt voor op een oorkonde van 1440.

woensdag 25 januari 2017

Lezing Beurtschippers & Bodediensten Dockum & Omstreken

Uitnodiging lezing door de heer Wim Mollema
Titel:  “Beurtschippers & Bodediensten Dockum & Omstreken”

De lezing zal worden gehouden op woensdag 22 februari 2017.
Aanvang: 20.00 uur.
Locatie: Doopsgezinde/Remonstrantse Kerk aan de Legeweg te Dokkum.

Bijschrift foto archief W.S Mollema : drukte op het bodeterrein op de Markt in Dokkum

Inhoud lezing:
Wim Mollema neemt ons in deze lezing terug in de tijd van beurtschippers en boderijders in Dockum & Omstreken. Het geheel wordt begeleid door unieke historische beelden.
Deel 1    Het ontstaan van de beurtschippers
Deel 2   Het ontstaan van de bodediensten
Deel 3    Beurtschippers en boderijders  Dockum & Omstreken

Het belooft weer een interessante avond te worden waarvoor u van harte bent uitgenodigd! We zien u graag op 22 februari a.s.

zondag 22 januari 2017

Sonttolregisters 1600-1634 getranscribeerd

Tijdens de bijeenkomst van de Wurkgroep Maritieme Skiednis van de Fryske Akademy in Harlingen over 1666, de ramp van Vlieland en Terschelling, sprak ik weer diverse maritieme onderzoekers.

Van Ubo Kooijinga, projectleider van de Sonttolregisters, begreep ik dat inmiddels ook de ruim 182.000 doorvaarten van de jaren 1600-1634 getranscribeerd zijn en online staan (in database 2).
Vanaf 1634 is de opbouw van de gegevens anders, zodat er een aparte database(structuur) is opgezet, database 1.

In de doorvaarten van 1600-1634 zien we dat 169 keer een schipper Dokkum als thuishaven opgaf, weliswaar onder verschillende schrijfwijzen. Het was echter maar een beperkt aantal schippers dat relatief vaak de Sont passeerde. De Dokkumers hadden namen als Alef Oedzes (ook als bv Aluff/Alluff Onsches/Onskes/Untzes/Wesches/Vntzses etc. geschreven), Abraham Clausen of Clauwsen, Jacob Sibrantsen (deze eerste 3 zijn samen goed voor ruim 150 doorvaarten), Lunas Mystard, Jan Dirksen en Wiegert Allertsen.
Als vertrekhaven komt Dokkum 51 keer voor in de jaren 1600-1634, met name vanaf 1616. Al deze tochten zijn door de drie hiervoor genoemde grootschippers uitgevoerd.
Jacob Sijbrands vinden we terug als hij zich op 28 december 1611 in het Burgerboek van Dokkum laat inschrijven als grootschipper. De andere twee veelvarende grootschippers heb ik nog niet verder kunnen traceren.
Ameland wordt maar liefst 430 keer als thuishaven opgegeven door schippers die de Sont passeren tussen 1600 en 1634. Remmert Issebrands is in de eerste jaren zeer actief en later o.a. Pieter Gerbrands, David Pieters, Thomas Gerrits en Pieter Simens.
Om het project Sonttolregisters voort te zetten (en u begrijpt dat 15e en 16e eeuws Deens schrift lastig te lezen is) zoekt het team nog naar verdere financiering. Als dit project uw sympathie heeft, neem dan contact op met Ubo Kooijinga.
Ziet u overigens ook de eerdere blogartikelen over de Sonttol registers, met o.a de Dokkumer schippers Tal en Veltcamp.

Jan de Vries uit Koudum is bezig met een artikel waarin schilderijen van (Friese) zeehelden, met name uit de tijd van de WIC, beschreven worden. Momenteel bekijkt Piet Bakker (auteur van Friese schilderkunst in de Gouden Eeuw) het artikel, hoewel hij druk bezig is voor de Amerikaanse kunstkoper Tom Kaplan, eigenaar van de Leiden Collection, een catalogus te maken die binnenkort online beschikbaar zal zijn.

Nykle Dijkstra, maritiem historicus en redactielid van De Sneuper en webredacteur van de Nederlandse Vereniging voor Zeegeschiedenis, heeft weer diverse artikelen op stapel staan voor ons ledenblad, met een verrassende link naar de Dokkumer Admiraliteitsdagen. Binnenkort meer daarover.

Anne Doedens, die samen met Jan Houter veel onderzoek heeft gedaan naar de maritieme geschiedenis van Vlieland, wees erop hoe belangrijk het is om vele verschillende archiefbronnen te koppelen. Niet alleen online bronnen maar vooral ook de pareltjes die nog in kilometers ongescande papieren archieven zijn opgeslagen. In het Rijksarchief te Brussel vond hij recent weer zeer interessante zaken over de 16e eeuwse scheepvaart op de Wadden. In die tijd werden we immers vanuit Brussel bestuurd, waar toen ook Viglius Aytta gestationeerd was.

Frans Breukelman vertelde over de Terschellinger dominee Johannes Grevesteijn, die na de furie van 1666 in Noord-Holland fondsen wierf voor de wederopbouw en daar buitengewoon goed in slaagde!
De oorlogsmisdaad van de Engelsen in 1666 op het Vlie werd in 1667 gewroken met de beroemde Tocht naar Chatham, met o.a. een Fries smaldeel onder leiding van de Holwerder generaal Hans Willem baron van Aylva.
In juni van dit jaar kunt u overigens in Chatham de overwinning van de vloot van de Republiek na de Tocht naar Chatham herbeleven!

Update: Ubo Kooijinga geeft context over het hardnekkige verhaal dat schepen door de Sont belast werden op basis van dekbreedte, en dat zo het smalle scheepstype fluit zou zijn ontstaan. Daar is dus (nog) geen enkel bewijs voor! Het is een verhaal wat regelmatig tevoorschijn komt, ook bij zogenaamde ‘deskundigen’, maar wat ik tot nu toe nergens bewezen zie, niet in de registers, nog ergens anders. Ik hoop nog steeds dat we daar concrete informatie over vinden, over de berekeningen van de tol.
Het enige wat we tot nu weten is dat de (scheeps-)tol is gebaseerd op lastage. De categorieën zijn < 30 last, > 30 en < 100 last, en > 100 last. Daar zijn de tolbedragen aan gekoppeld.  We hebben inmiddels ook de registers van 1590/1591 (deels) gedaan, en ook daarin is er geen sprake van enige tol die berekend wordt aan de hand van het dek-oppervlak of dek-breedte. Dat is wel de periode waarin de fluiten ontstaan, maar ook daarin zijn de categorieën als gezegd. En dat blijft zo in de decennia die volgen.
Wat we echter nog niet goed weten is hoe de lastage van het schip werd berekend/bewezen. Stond het in de scheepspapieren? Of werd er een bepaalde berekening uitgevoerd? Dat is (mij) nog onbekend. Eén van de vrijwilligers is zowel nu als in het verleden intensief bezig geweest met deze materie, maar ook nog op zoek naar de regels die gehanteerd werden voor het bepalen van de lastage. Eventueel kan ik je met hem in contact brengen.

vrijdag 6 januari 2017

Scans Stadsarchief Amsterdam gratis beschikbaar

In het Stadsarchief van Amsterdam ligt een wereld aan documenten. Voor genealogen en historici met interesse voor Friesland is er ook heel wat te halen.

Zo schreef ik in 2013 over het Signalementenregister, waarin vele criminelen uit alle windstreken
genoemd worden, dus zeker ook uit Dokkum en omgeving.

In 2015 schreef Antonia Veldhuis over Veroordeelde Dokkumers in de confessieboeken van Amsterdam (tot 1732).

De Averijgrossen hebben we wel eens gebruikt voor een artikel, omdat hier veel gegevens over (Friese) schippers met schade in staan. Bijvoorbeeld Lolke Hilles die in 1753/54 met het schip Het Raadhuijs van Dockum op de route Setubal-Viborg schade had. Lolke Hilles werd in 1759 als grootschipper ingeschreven in het Burgerboek van Dokkum, mogelijk vanuit Warga. Hij was ook schipper van de Martinus en Dina.
De Dokkumer schipper Uilke Menkes of Minkes komt voor met verschillende schepen, zoals in 1752 met de Schermont Kogereij van Dockum (bijzondere naam! Verbastering van Schiermonnikogerij Ei of IJ?) en de Juffrouw Cornelia en de Juffrouw Anna (1753, 1765), ook in de Collectie Beetstra bij Tresoar. Blijkbaar werd hij door kapers ook regelmatig belaagd, want zelfs een klaagbrief van hem vanuit Rochefort haalde de krant in 1757, de Leeuwarder Courant.

En recent nog over Pieter Doekes van Bil (stuurman van Australië-ontdekker Dirk Hartog) en Abel Tasman uit Lutjegast.

Sinds korte tijd zijn de scans die van de documenten gemaakt zijn gratis toegankelijk.
Doe er uw voordeel mee, en laat het ons weten als u een mooie vondst doet of een artikel wilt publiceren in De Sneuper.

zondag 1 januari 2017

Viglius Aytta en het Lam Gods te Gent

Dat er in België nog vrij veel historisch materiaal van Friezen bewaard is gebleven heb ik op dit blog al meermaals vermeld. Van Friese middeleeuwse relieken (13e eeuw) tot grafstenen in Brussel en ga zo maar door.
Op zich is dat ook helemaal niet zo vreemd, omdat in de Vroegmoderne tijd het economische zwaartepunt van de Nederlanden in eerste instantie nu eenmaal in het zuiden lag. En ook de wetenschappelijke bloei vond veel eerder plaats in Vlaanderen. Al in 1425 ontstond er een katholieke universiteit in Leuven, terwijl de eerste Noordnederlandse universiteit pas in 1575 (na de reformatie) in Leiden werd gesticht, gevolgd door de universiteit van Franeker in 1585. Die hadden dan ook als primair doel het opleiden van de broodnodige gereformeerde predikanten.

Om te studeren gingen Friese jongelingen (voor 1575) dan ook veelal naar plaatsen als Heidelberg, Oxford, Douai of Leuven.
De Dokkumer wetenschapper Gemma Frisius (1508-1555) genoot in Leuven zijn opleiding in de geografie, wiskunde en medicijnen en was later de leermeester van de beroemde cartograaf Mercator.
Toen ik recent met de familie in Gent was, bezocht ik de beroemde Sint-Baafs kathedraal. In eerste instantie gaan de meeste mensen, ook ik, hier naar toe voor het aanschouwen van het wereldberoemde kunstwerk De aanbidding van het Lam Gods. Dit polyptiek (uit meerdere panelen bestaande) schilderwerk van de gebroeders Hubert en Jan van Eyk werd rond 1432 gemaakt in opdracht van het echtpaar Joos Vijd en Lysbette Borluut, die beide op een zijpaneel zijn afgebeeld.

Nisgraf Aytta met grafschrift en blazoen
Wat ik mij niet gerealiseerd had was dat er ook een Fries een belangrijke rol gespeeld heeft in de geschiedenis van de Sint-Baaf. Viglius Aytta van Swichum (1507-1577) was een zoon van een eigenerfde Friese boer en maakte carriëre als raadsheer en diplomaat onder keizer Karel V en zijn zoon Filips II. De leeftijdsgenoot van Gemma Frisius (ze moeten elkaar haast wel gekend hebben) was een voorvechter van het katholicisme, ook nog na de reformatie. Na het overlijden van zijn echtgenote in 1553 ging hij zich meer met religieuze zaken bezighouden als proost van de Gentse Sint-Baaf. Hij was echter zijn familie in Friesland niet vergeten en zorgde er dan ook voor dat vele neefjes in Leuven konden studeren. In het Genealogysk Jierboek 2011 is een uitgebreid artikel verschenen over de Ayttana. Er moest immers ook bewezen kunnen worden dat men familie was, om in aanmerking te komen voor een studiebeurs.

Viglius was niet alleen geestelijk leider van de Gentse kathedraal maar ook archivaris van Vlaanderen op kasteel Rupelmonde, in 1559 de eerste bibliothecaris van de Koninklijke Bibliotheek te Brussel en tevens kanselier van de Orde van het Gulden Vlies. Ook was hij voorzitter van de Geheime Raad maar pleitte voor een gematigde kettervervolging. Vanuit zijn humanistische idealen (Erasmus was een goede vriend) had hij speciale belangstelling voor geschiedenis en stichtte hij in zijn geboorteplaats Swichum een hospitaal en in 1569 in Leuven het naar hemzelf genoemde Vigliuscollege voor theologie, filosofie en rechten.
In de kooromgang van de Sint-Baafskathedraal zijn vele kapellen ingericht die op initiatief van gilden, bisschoppen, kanunniken of privé-personen zijn betaald.
Drieluik Frans Pourbus voor Viglius Aytta

De kapel van Sint-Nicolaas is speciaal ingericht voor Viglius Aytta. Aan de rechterzijde is in de wand zijn nisgraf, met grafschrift en blazoen, ingemetseld. Daar tegenover, aan de linkerzijde is een groot geschilderd drieluik te zien. Het altaarstuk uit 1571 is van de hand van de bekende Brugs-Antwerpse schilder Frans Pourbus. Op de achterzijde van de luiken knielt opdrachtgever Aytta voor Christus als de Zaligmaker. Aan de voorzijde staan op de drie luiken episodes uit het leven van Jezus. Op het middenpaneel staan echter ook diverse andere personen. Naast Aytta, links vooraan in een rood kleed met grijze baard, staan keizer Karel, zijn zoon Filips II en de beruchte hertog van Alva afgebeeld. Maar ook linksvoor staan vertegenwoordigers van de protestanten, waaronder Calvijn, afgebeeld! Op de troon zit waarschijnlijk aartsbisschop Granvelle, een belangrijke man in het leven van Viglius.
Ook bijzonder is dat op de zijluiken diverse kunstenaars zijn geportretteerd, waaronder Cornelis Floris, Lanceloot Blondeel, Pieter Bruegel en de schilder Frans Pourbus zelf, met zijn vrouw Suzanna Floris. Het tekent het goede gevoel voor (beeldende) propaganda van Aytta.
Bij het binnenkomen en verlaten van de kerk zijn nog meer sporen van Viglius bewaard gebleven. Het eikenhouten portaal bij de ingang draagt in de kroonlijst de tekst "Vita Mortalium Vigilia", ofwel "Het leven van stervelingen is een wake".  Het tochtportaal is in 1572 gemaakt in opdracht van Viglius Aytta en draagt dan ook, naast het woordspel, zijn uitgesneden wapenschild met korenschoof boven een feniks.
Al met al weer een prachtig inzicht in het leven van een invloedrijke Fries in het huidige België!

Overigens: ook in het stadhuis van Dokkum hangt nog een portret van Aytta (uit de collectie van het Fries Museum). Hij was geparenteerd aan de Hanya's van Holwerd.

Update: Dankzij Siebrand Krul, hoofdredacteur van o.a. Historisch Tijdschrift Fryslan, deze aanvullingen. Een verklaring voor Calvijn en Viglius’ aanwezigheid in de Sint Baafs komt uit ‘Het geheugen van Nederland in Gent’ van Herman Balthazar (emeritus hoogleraar) en Johan Decavele (voormalig directeur Cultuur Stad Gent).

De triptiek van Viglius van Aytta in de Sint-Baafskathedraal in Gent
De eerste zijkapel aan de rechterkant van de kooromgang is de grafkapel van Viglius van Aytta (1507-1577). Ze wordt beheerst door een groot drieluik. Wigle of Viglius, zoon van een boer uit het het piepkleine Friese Zwichum bij Leeuwarden, werd één van de meest vooraanstaande juristen van zijn tijd. Vanaf 1549 was hij het brein van het Habsburgse regeringsapparaat in Brussel, waar hij voorzitter was van de belangrijke regeringsraden. Als eindverantwoordelijke voor de toepassing van de keizerlijke ketterij-plakkaten pleitte Viglius voor een gematigde uitvoeringspraktijk. Hij verwachtte meer van overtuiging met redelijke argumenten dan van het gebruik van de botte bijl.

Het middenpaneel van dit schilderij is daar een uiting van. Het thema is de jonge Christus tussen de schriftgeleerden, maar in werkelijkheid is het een symbolische voorstelling van de religieuze meningsverschillen van die tijd.
Links ziet men de vertegenwoordigers van de katholieke orthodoxie: keizer Karl V, koning Filips II, de hertog van Alva, de eerste Gentse bisschop Cornelius Jansenius (afkomstig uit Hulst), en zeer prominent ook de zittende Viglius zelf.
Aan de overkant staan onder meer Calvijn en de Gentse calvinistische volksleider Jan van Hembyze, terwijl vooraan een jonge knaap een zware bijbel in de hand houdt. Maar ook aan die kant blijkt Viglius te zitten, die dus blijkbaar geen partij kan kiezen. De hogepriester op de troon, die als het ware radeloos de handen uitsteekt over zoveel ideologische strijd, is te identificeren met Nicolas Perrenot, een belangrijk staatsman onder Karel V en vader van de bekende kardinaal Granvelle.

Viglius, als opdrachtgever knielend afgebeeld op het rechter buitenluik, bestelde het schilderij bij Frans Pourbus voor zijn toekomstige grafkapel in de Sint-Baafskathedraal. Hij was hier immers proost van het kapittel, een lucratieve benoeming die hij in 1563 in de wacht had gesleept en waartoe hij na de dood van zijn echtgenote zich door kardinaal Granvelle tot priester had laten wijden. Even werd hij genoemd voor het ambt van eerste bisschop van Gent, maar hij weigerde. Net toen werd hij ervan beschuldigd door zijn inhaligheid groot schandaal te hebben verwekt. In een brief van landvoogdes Margaretha van Parma aan Filips II van 8 oktober 1564 heet het dat hij ringen, juwelen, vaatwerk, linnen, bedden, tapijten en andere meubelen van de Gentse proosdij ontvreemd en naar Friesland gestuurd had, en dat hij zich al het baar geld van de overleden abt François d’Havroult van Sint-Pieters, zo’n 100.000 gulden, had toegeëigend. Een vreemd kantje van een uitzonderlijke man. Wat niet belette dat hij zich later toch heeft ontpopt als maecenas van de Sint-Baafs.

maandag 26 december 2016

Streekhistorische roman over Abel Tasman

In zijn geboorteplaats Lutjegast is het Abel Tasman Museum actief met het levendig houden van de avonturen van deze ontdekkingsreiziger.

Hoewel de eerste sporen van Abel Jansen Tasman in het Stadsarchief van Amsterdam gevonden zijn (zijn ondertrouw/huwelijk in 1631/1632 met Jannetje Tjaerss, als weduwnaar van Claasje Heijndrix), denk ik zelf dat hij ooit een band met de Admiraliteit in het dichtbijgelegen Dokkum moet hebben gehad. Veel noordelijke zeelieden werkten eerst enige tijd in dienst van de Fries/Groningse Admiraliteit alvorens naar de grotere broer in Amsterdam af te reizen. Of er echter daadwerkelijk een link is met Dokkum, en misschien zelfs de Dokkumer watergeus Jan Abels, is nog niet bewezen

Uitgeverij Boekscout uit Soest (printing-on-demand voor zelfstandigen) komt nu met een roman, een mix tussen geschiedenis en fictie: 
Abel Janszoon Tasman, het was de man die tussen 1642 en 1644 Tasmanië, Nieuw-Zeeland en Tongatapu ontdekte. Theun Terpstra uit Grootegast/Grijpskerk beschrijft het leven van de ontdekkingsreiziger in 'Van Riet- naar Rijstvelden met Abel Tasman'. Dit streekhistorische boek verscheen 23 december bij Uitgeverij Boekscout.

Theun Terpstra werd geboren in Burum en groeide op in Grootegast, circa 18 kilometer ten westen van Groningen, midden in het Westerkwartier. Hierdoor raakte hij gefascineerd door het coulissenlandschap; weilanden omzoomd door boomwallen. Theun is gids in Havezate Mensinge te Roden en is elke zaterdagavond op Radio Westerkwartier te horen met zijn programma ‘Theun vertelt’.

Zijn boek noemt hij “een verlengstuk van de vroegere schoolboeken”. Het verhaal van Abel Tasman zet hij treffend uiteen met beeldende vertellingen van het leven van toen. Zijn historische kennis brengt hij op een heldere, toegankelijke manier over, waardoor je al lezend een hoop leert over bijvoorbeeld de VOC.

Samenvatting:
De jonge Tasman groeide op in het Groningse dorpje Lutjegast. Dit dorp waar de Spaanse overheersers de velden hadden doen verzilten. De schamele opbrengst van de boerderij deed de jongen hunkeren naar de onbekende horizon waarachter de zon in haar machtige gloed wegzonk.

De nevel kwam opzetten, de koude zeelucht trok over het Groningse land. Abel snoof deze lucht op hij vulde zijn longen met het onbekende. De jongen hunkerde naar een ander leven, een leven van avontuur en macht.

De jongeman trok weg uit de beschermende sfeer van thuis. Hij, Abel Jansz. Tasman liet dit achter zich en monsterde aan.

Titel: Van Riet- naar Rijstvelden met Abel Tasman
Auteur: Theun Terpstra
Categorie: (Streek)historie
Aantal pagina's: 338
Geïllustreerd: Ja
Uitvoering/Formaat: Paperback 16 x 24 cm
Verschijningsdatum: 23-12-2016
ISBN: 978-94-0223-098-7 / 9789402230987

Leest u ook de (digitale) exemplaren van de werken van de Linschoten Vereeniging:
De Reizen van Abel Janszoon Tasman en Franchoys Jacobszoon Visscher, ter nadere ontdekking van het Zuidland (Australië) in 1642 - 1644.
Bezorgd door R. Posthumus Meyjes, 1919. xcviii, 300 p.

De reis van Mathijs Hendriksz. Quast en Abel Jansz. Tasman ter ontdekking van de Goud- en Zilvereilanden, (1639).
Bezorgd door J. Verseput, 1954. lxx, 130 p

Het journaal van Abel Tasman, Vibeke Roeper en Diederik Wildeman. Uitgever: Waanders Uitgevers. Verschijningsdatum: April 2006. Taal: Nederlands. Aantal pagina’s: 208. ISBN: 90-400-8205-7

Abel Tasman biografie.












maandag 19 december 2016

Sporthistorisch Congres ‘Van Buorskip tot Global Village’

Overal in Europa beheerst de drang naar definiëring van een nationale identiteit het publieke debat. De natiestaat lijkt in de 21e eeuw voor politici van allerlei kleur de maat van alle dingen te worden.

Sport heeft een niet geringe invloed op identificatieprocessen op nationaal maar ook op lokaal,
Finish Elfstedentocht 1956
regionaal en transnationaal nivo. Gemeenschappelijke normen en waarden worden erin bepaald, bevestigd of juist betwist. Sport biedt een grote variatie aan gedeelde ervaringen met een intense symboliek

Voor allerlei gemeenschappen wordt daarin de saamhorigheid en eigen uniciteit onderstreept, vooral als er veel (internationaal) prestige op het spel staat. Dat was overduidelijk tijdens de laatste twee wereldkampioenschappen voetbal, het geldt ieder jaar voor het kaatspubliek bij de Freulepartij en het zal zo worden gevoeld door deelnemers aan toertochten op de schaats, tijdens de eerstvolgende strenge winter.

Het Koninklijk Fries Genootschap organiseert in samenwerking met het Mulier Instituut op 10 februari 2017 een congres te Leeuwarden, over de samenhang van sport en (nationale) identiteit. 
Sprekers uit binnen- en buitenland buigen zich over de rol van sport in verschillende schalen van identificatie: van lokaal tot transnationaal. 
Worden lokale tradities verdrongen door een (trans)nationale eenheidscultuur of is die nationale cultuur juist geënt op de “authenticiteit” van perifere regio’s?
Hoe “nationaal” zijn nationale (sport)culturen eigenlijk? Veel Friese onderwerpen worden behandeld, maar ook andere voorbeelden uit het “Europa van de regio’s” – zoals Bretagne, Gotland, Vlaanderen en het Baskenland – komen langs.


Datum en tijd: vrijdag 10 februari 2017, 9.00–17.00 uur
Locatie: Historisch Centrum Leeuwarden, Groeneweg 1, 8911 EH Leeuwarden
Organisatie: Koninklijk Fries Genootschap / Mulier Instituut
Voertaal: Nederlands / Engels
Kosten: 12,50 voor leden en 17,50 voor niet-leden
Aanmelden: fries.genootschap@tresoar.nl
Programma:
Dagvoorzitter: Sippy Tigchelaar
9.00-9.30      
Inloop met koffie/thee
9.30-10.00    
Opening: Joep Leerssen (UvA): Tussen buorskip en global village: Sport en identiteit
10.00-10.30    
Jon Verriet (UU/RU): Supportersidentiteiten in de regio: Gelderland en Friesland    
Pieter Breuker: Kaatsen en Fries nationalisme
10.30-11.00       
Yme Kuiper (RUG): Abe in Oranje    
Theo Bollerman: Pelota en Baskisch nationalisme
Koffie          
11.30-12.00      
Phil Dine (National University of  Galway): Sports identity in Brittany: a bulwark against French cultural uniformity?
12.00-12.30    
Intermezzo: Sportbeleid en Cultuurpolitiek. Gesprek van Astrid Cevaal (VSK/KNHB) met Trea Tamminga (European Sport for all Games 2018) en Anne Jochum de Vries (Sport Fryslân)

Lunch          
14.00-14.30    
Jan Rijpstra (RU): Koningshuis en Friesland: De Gouden Swipe    
Marieke Verweij (BoerhaveM): Atje, schaatsster in Friesland, feministe in de natie
15.30-16.00    
Pascal Delheye (KU Leuven): Vlaamse veldrijders: Leeuwen in de modder    
Mark Verhoeve: Noord Nederlands Watersport Verbond
Thee          
14.30-15.00    
Leif Yttergren (Swedish School of Sport and Health Sciences, Stockholm): Traditional sports in Gotland
16.00-16.45    
Afsluiting: Gijsbert Oonk (EUR): Global sports identities

zaterdag 17 december 2016

De Vrije Fries deel 96 met Mata Hari, Alma Tadema en huisnummering

Het nieuwe nummer van jaarboek De Vrije Fries, jaargang 96, 2016, is onlangs verschenen en bevat weer diverse nijsgjirriche artikelen.
Niet alleen zijn er artikelen van wetenschappelijk niveau over een Friese kunstschilder en legendarische types als Mata Hari, ook is er een themakatern over de kennisontwikkeling in de moderne bedrijfsgeschiedenis van Fryslân opgenomen. Deze bevat de essentie van de presentaties die gisteren op het Sieperda-symposium zijn gegeven.

Wat kunt u zoal in De Vrije Fries, jaargang 96, 2016, vinden?
- Piet Bakker en Anne Lenders: De wonderbaarlijke wederopstanding van een Amsterdamse historieschilder, Rombout van Troyen (1605-na 1657) en zijn tweede leven in Friesland.
- Mark Raat: Friesland en de landelijke invoering van huisnummers in 1806, Sleutels tot het verkrijgen, lokaliseren en integreren van historische bewonersinformatie.
- Yves Rocourt en Garance Laporte: The Image of Mata Hari, Stories and Photos.
- Herman Maring: Een samenweefsel van leugens en onjuiste voorstellingen’, Beeldvorming van Mata Hari, 1906-heden.

KRITIEK EN TERUGBLIK
- Lex Heerma van Voss: Michael Pye’s The Edge of the World. Een succesvolle, maar mislukte geschiedenis van de Noordzee.
- Wio Joustra: Alma Tadema en Friesland: een ambivalente relatie.

THEMA: KENNISONTWIKKELING IN DE MODERNE BEDRIJFSGESCHIEDENIS VAN FRYSLÂN
- Marijn Molema: Inleiding themagedeelte. Kennisontwikkeling in de moderne bedrijfsgeschiedenis van Fryslân.
- Sjoukje de Boer: Bruggenbouwer tussen wetenschap en praktijk. De zuivelconsulent in Fryslân rond 1900.
- Ronald Plantinga: Een opleiding van formaat. Een beeldverhaal over de Bolswarder zuivelschool (ca. 1880-1996).
- Marijn Molema en Binne de Haan: Agrarische bedrijfsveranderingen 1955-1980. Enkele observaties uit een oral history-project.
- Jan Ybema: Trochleare en omstean leare .Yndividu en modernisearring yn de Fryske suvel (1955-1980).

KRONIEK
- Nelleke IJssennagger: Archeologische Kroniek van Fryslân over 2015.

Jaarverslag Koninklijk Fries Genootschap over 2015.

Webpagina met alle jaargangen sinds 1839: http://www.friesgenootschap.nl/index.php/nl/online-artikelen

Als u een artikel wilt insturen, dan kan dat via de contactpagina van de redactie van De Vrije Fries.
Voor meer informatie over het Koninklijk Fries Genootschap voor Geschiedenis en Cultuur, zie ook: http://www.friesgenootschap.nl/

vrijdag 16 december 2016

De Sneuper 124, december 2016, met Hessel van Meckema, vluchtelingen en Aylva-zilver

Het winternummer van ons verenigingsblad De Sneuper, nummer 124, heeft als coververhaal Vluchtelingen 1940-1945. Onze leden Doede Douma en Reinder Tolsma onderzoeken de stroom vluchtelingen en evacués (veel Zeeuwen!) die Noordoost-Friesland en met name Oostdongeradeel overspoelde tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Nog maar zo'n 70 jaar geleden, maar de vragen die zij in hun inleiding stellen, zijn vandaag de dag nog steeds actueel! Zijn wij bereid te leren van onze geschiedenis? In de komende nummers meer over dit 'actuele' onderwerp.

In dit nummer van De Sneuper verder een hoog Wierumer-aak-gehalte: ons lid Eimert Smits F.A.zn (de oud-architect) raakte zo geboeid door de Wierumer aak en zijn voorganger de vissnik, dat hij een prachtig model op schaal bouwde.

Redactielid Lisette Meindersma zocht uit hoe diezelfde aak als windvaan op de kerktoren van Wierum terecht kwam en ontdekte dat een voorvader daar de hand in had. Achterop bovendien een mooie ZWART-WIT van Wierum uit de collectie van Hilda Bouta, die daarnaast haar veldpost uit WO I instuurde.

Natuurlijk heeft webmaster/-redacteur Hans Zijlstra weer een behoorlijk aandeel in een aantal artikelen: hij schrijft over de ontdekking van een schilderijtje van Wessel Ruwersma en van Van Aylva-zilver in Neerijnen en hij hielp Wibo Boswijk bij zijn onderzoek naar het (gerestaureerde) portret van een 'unknown young man', dat zo eerherstel voor Hessel van Meckama uit Kollum opleverde. Dit is een vervolg op een artikel in De Sneuper 119 over het pendant-portret van Lisck van Eysinga.
Onze vaste genealoog Mattie Bruining komt met haar genealogische lijn naar 'Sterke Jerke' (Heerke Tjerks Witteveen).

Zo is De Sneuper 124 afwisselend en interessant voor iedereen, maar natuurlijk kan uw artikel daaraan bijdragen in een volgend nummer... Want wij blijven afhankelijk van de kopij van onze leden. Stuur dus vooral uw bijdrage in! De kopijvoorwaarden kunt u online inzien.

Dat en nog veel meer in dit nummer van De Sneuper (en u kunt ook een digitale versie als gratis extra krijgen, laat het ons weten!):

Inhoudsopgave:
HISTORIE & STREEKGESCHIEDENIS
- Vluchtelingen in Oostdongeradeel (1), Doede Douma en Reinder Tolsma
- Schilderij Wessel P. Ruwersma, Hans Zijlstra
- Eerherstel voor Hessel van Meckema, Wibo Boswijk
- Van Aylva-zilver door Andele Andeles, Hans Zijlstra en Robbie dell'Aira
- Bouw van een vissnik, Eimert Smits Fa.zn

GENEALOGIE & FAMILIEGESCHIEDENIS
- Sterke Jerke, Mattie Bruining
- De windvaan van Wierum, Lisette Meindersma

 
RUBRIEKEN & COLUMNS
- COLUMN: Je mutte mar hoare...,Ihno Dragt
.
- Veldpost WO I: Zingend naar Breda, Hilda Bouta 
 
DIGITAAL, ACTUEEL & VARIA
 
- WEBSITE & -BLOG: Digitale rondreis, Hans Zijlstra

Op de Praatstoel 2: verhalen uit NOF. Bestel dit fantastische boek (leuk als kerstkadootje)! Slechts 20 euro voor ruim 400 pagina's hardcover (plus verzendkosten 6,75 ivm dikte boek. Af te halen in Dokkum zonder verzendkosten).
 
Wilt u ook meegenieten van de interessante verhalen uit onze regio, dan kunt u zich eenvoudig aanmelden als lid (slechts 15 euro per jaar) via dit online formulier.

U kunt ook altijd, zeker in deze kadootjes-decembermaand, een ruim van de belasting aftrekbare gift doen. Wij zijn immers een Algemeen Nut Beogende Instelling: Culturele ANBI. Voor donateurs van culturele ANBI’s geldt een extra giftenaftrek. Particulieren mogen in de aangifte inkomstenbelasting 1,25 keer het bedrag van de gift aftrekken. Ondernemingen die onder de vennootschapsbelasting vallen, mogen 1,5 keer het bedrag van de gift aftrekken in de aangifte vennootschapsbelasting.
Dus een particulier die 1000 euro schenkt mag 1250 euro van de belasting aftrekken, een bedrijf zelfs 1500 euro.

Wellicht kunnen we dan in 2017 het project Dokkum in 3D realiseren! 

woensdag 14 december 2016

Naamregister Bouwstijlen in Dokkum nu online

Bestuurslid Ties Jan Eekhof van de stichting Historia Doccumensis heeft op verzoek een namenregister gemaakt bij de uitgave “Bouwstijlen in Dokkum” van Siebe van Seijen, die eind vorig jaar verscheen.
Het mooie van zo'n namenlijst is natuurlijk dat u daarmee kunt opzoeken of een familielid of andere bekende in het boek voorkomt.

In deze publicatie krijgt u een overzicht van de kenmerkende bloeiperiodes van Dokkum, tussen ca. 1350 en 1990, met de daarbij behorende panden. De zoektocht die aan deze publicatie voorafging, was een boeiend avontuur, waarbij via dendrochronologisch onderzoek een duidelijker beeld gekregen werd van de oudste panden in de stad. Ook is gebleken dat vrijwel alle bouwstijlen te vinden zijn, vaak in een typisch Dokkumer jasje en met een boeiend verhaal rond de totstandkoming van de betreffende panden.

Voor historische gebouwen kan een arme periode de redding zijn. Een eigenaar met beperkte middelen zal alleen onderhoud plegen. Hoe beter de economie draait en de welstand van de eigenaren stijgt, des te meer kans op vernieuwing naar de laatste mode of bouwstijl. Dat is ook wat Dok­kum uniek maakt ten opzichte van andere steden, want overal zijn die bloeiperiodes en ook de smaak en de mogelijkheden van de opdrachtgevers, ontwerpers en ambachtslieden weer net even anders.

U kunt het Naamregister Bouwstijlen in Dokkum via onze website bekijken.

Boekgegevens:
• 96 pagina’s
• fullcolour gedrukt / hard kaft
• rijk geïllustreerd met fraaie foto’s
• formaat 21,5 x 21,5 cm
• achterin begrippenlijst bouwkundige begrippen
Verkoopprijs € 19,90
Bestellen via het Bestelformulier.

donderdag 8 december 2016

Lezingen in Groningen en Leeuwarden over genealogie en Het Bildt

Sneupers kunnen de komende zaterdag hun hart ophalen bij lezingen in Groningen of Leeuwarden. Gelukkig is Dokkum, en eigenlijk geheel Noordoost Friesland, gunstig gelegen ten opzichte van beide provinciehoofdsteden. Niet voor niets werd Dokkum ooit als hoofdzetel van de Admiraliteit van Friesland en Groningen gekozen vanwege deze centrale ligging!

In Groningen geeft de bekende Antonia Veldhuis een interessante lezing over historisch onderzoek via internet, doorspekt met praktische voorbeelden en tips.
In Leeuwarden neemt Kees Kuiken u mee in de geschiedenis van Het Bildt, de polder in Noordwest Friesland die rond 1500 door voornamelijk Hollanders en Zeeuwen is ingepolderd.

Lezing door Antonia Veldhuis over “Met internet uw verleden vinden”.

Zaterdagmiddag 10 december 2016
Locatie: RHC Groninger Archieven, Cascadeplein 4, Groningen
Aanvang 13.30 uur
Antonia Veldhuis werd 20 jaar geleden gegrepen door het genealogie-virus. Ze publiceerde artikelen in Gens Nostra, Gruoninga, 11 en 30, GroninGEN, Roots@Groningen en HuppelDePup.
Ze schreef over zoeken op internet voor de NGV afd. Groningen en was (tot het opheffen ervan) digit@le columnist voor GensData en de Nederlandse Computer Vereniging. Elke maand is er een Column van haar te lezen op de website van de NGV (www.ngv.nl) in de rubriek Webdigit@@l met daarin tips, trucs en genealogische en historische interessante websites.

Beter en sneller zoeken naar historische gegevens, voorouders en hun leefomgeving.
Een lezing/demonstratie voor beginners en gevorderden over hoe u via internet onderzoek kunt doen naar historische gegevens over bv. uw voorouders, hun woonomgeving en levensomstandigheden. Antonia neemt u mee in een zoektocht om uw voorouders te vinden, ze daarna wat 'aan te kleden' en hun woonomgeving in kaart te brengen.
U hoort hoe u op uw comfortabele bank, uw luie stoel of in uw eigen computerhoekje mensen uit het verleden moet zoeken en u leert ze kennen. U ziet websites waar u kunt lezen over uw roots, kunt zien wat deze mensen deden, waar ze woonden en wie hun buren waren. Genealogische gegevens, aankleding, info over stad/dorp, kaarten, advertenties enz.
De lezing wordt georganiseerd door de Nederlandse Genealogische Vereniging afd. Groningen, RHC Groninger Archieven en Stad & Lande.
De lezing is gratis toegankelijk voor alle belangstellenden.

Lezing door Dr. Kees Kuiken over Vijf Eeuwen Het Bildt
Zaterdagmiddag 10 december 2016
Locatie: Historisch Centrum Leeuwarden, Groeneweg 1, Leeuwarden
Aanvang 13.30 uur
1. Het Bildt in de 16e eeuw, van gastarbeiders naar pachtboeren2. Het Bildt in de 17e eeuw, tussen boerenpatriciaat en oligarchie
3. Het Bildt in de 18e eeuw, tussen revolutionairen en Oranjeklanten
4. Het Bildt in de 19e eeuw, van buiteneigenaars tot Broedertrouw
5. Het Bildt in de lange 20e eeuw, van Broedertrouw tot Waadhoeke
6. Pauze
7. Drie afstammingsmythes: edelen, monniken, polderjongens
8. Bronnenonderzoek in Fryslân en om útens (voorbeeld: familie Kuik)
9. Een vroegmodern bronnenprobleem: springnamen
10. Nieuw: de oudste Hollandse generaties van de Friese Wassenaars c.s.


Leden van de NGV Friesland en belangstellenden zijn van harte welkom!
Toegang vrij. Parkeren kunt u in de parkeergarage Oldehove.

maandag 5 december 2016

Symposium Wurkgroep Maritime Skiednis: 1666, de ramp van Vlieland en Terschelling

De werkgroep Maritieme Geschiedenis (wurkgroep Maritime Skiednis) van de Fryske Akademy hield onlangs een bijeenkomst in het Garnalenfabriekje te Moddergat, waarbij onze leden Nykle Dijkstra en Henk Goslings een presentatie gaven. Op de site van de Fryske Akademy vindt u een verslag van deze bijeenkomst, de presentatie van Nykle Dijkstra en de presentatie van Henk Goslings. 

Op zaterdag 21 januari 2017 wordt het jaarlijks symposium georganiseerd:

Symposium Wurkgroep Maritieme Skiednis: 1666, De ramp van Vlieland en Terschelling
Zaterdag 21 januari 2017 in Maritieme Academie, Harlingen

Aanmeldformulier hier.

Programma:

13.30 Ontvangst + koffie/thee+ koek

14.00 Welkom symposium, Rob Leemans (vz. wurkgroep), Peter Tolsma (dagvz.)
14.05 Maritiem Instituut Harlingen. Arjen Mintjes (dir. M.A. Harl.)
14.15 Belang van Vliestroom en Texelstroom, Paul van Royen
14.45 Marine organisatie, Adri van Vliet
15.15 Engelse Zeeoorlogen, Jaap de Kam
___________________________________________________________________
15.45 Pauze + koffie/thee
___________________________________________________________________
16.15 Ramp op het Vlie, Anne Doedens
16.45 Brand van West Terschelling, Frans Breukelman
17.15 Engels perspectief en Chatham, Gijs Rommelse
17.45 Afsluiting, Rob Leemans
___________________________________________________________________
18.00 Borrel
18.30 Buffet

donderdag 1 december 2016

Sieperda Symposium over Fries bedrijfsleven op 16 december

Graven naar de wortels van de Friese kenniseconomie
Hoe vergaarde het Friese bedrijfsleven nieuwe kennis en vaardigheden?
Een team van historici heeft zich de afgelopen periode intensief met deze vraag beziggehouden. Voor een breed publiek wordt het nieuwe onderzoek gepresenteerd tijdens het Sieperda Symposium,
georganiseerd door de Fryske Akademy en het Koninklijk Fries Genootschap.
Meest kenmerkend van de moderne Friese economie is het internationale succes van de agribusiness. Daarom concentreren de bijdragen zich op voorbeelden uit het agrarische bedrijfsleven en de zuivelindustrie.
Tijdens het symposium wordt met lezing en debat ingegaan op de actualiteit: wat kan het verleden ons leren in ons streven naar een veerkrachtige economie?

Sieperda Symposium
Datum en tijd: vrijdag 16 december 2016, 13.00-17.00 uur
Locatie: WTC Expo, Heliconweg 52, 8914 AT Leeuwarden
Organisatie:Fryske Akademy en Koninklijk Fries Genootschap
Voertaal: Nederlands
Kosten: € 12,50 (€ 7,50 voor leden/donateurs Fryske Akademy en leden Koninklijk Fries Genootschap)

Aanmeldingsformulier

Programma
12.30 uur
Inloop, ontvangst met koffie/thee
13.00 uur
•    Welkom door dagvoorzitter Ria Kraa (journaliste/eindredacteur Friesch Dagblad)
•    Openingswoord door gedeputeerde Kielstra
•    Marijn Molema (historicus 19de en 20ste eeuw, Fryske Akademy): Wortels van de Friese kenniseconomie
•   Binne de Haan (onderzoeker bij biografie-instituut Rijksuniversiteit Groningen):
Agrarische bedrijfsveranderingen 1955-1980: enkele observaties uit  een oral history-project
•    Presentatie jaarboek De Vrije Fries door Joop Koopmans (redactievoorzitter De Vrije Fries), met artikelen over dit symposium!
14.15 uur
Pauze met thee en koffie
14.45 uur
•    Martha Kist (collectievormer, Tresoar) en Ronald Plantinga (sociaal-economisch historicus, Fryske Akademy): Beeldverhaal over de eerste (1889-1899) en tweede (1904-1995) Suvelskoalle Bolsward
•   Jan Ybema (cultuurhistoricus, Fryske Akademy): Trochleare en omstean leare. Individu en modernisering in de Friese zuivel
•    Discussie over het nut van geschiedenis voor kennisgedreven innovatie met Wendy Zuidema
 (directeur Food & Dairy, hogeschool Van Hall Larenstein), Lieuwe Tamminga (voorzitter Lânboukundich Wurkferbân) en Marijn Molema
16.00 uur
Afsluiting, met aansluitend nagesprek met een hapje en een drankje

woensdag 30 november 2016

Historisch tijdschrift Fryslân met Gysbert, Tjerk en PEB

Op de cover van Historisch Tijdschrift Fryslân, het tweemaandelijkse tijdschrift van het Koninklijk Fries Genootschap voor Geschiedenis en Cultuur, deze keer Gysbert Japicx.
Zijn testament werd 350 jaar geleden voorgelezen maar Doeke Sijens vindt hem het 'Ofsliten symboal fan de Fryske literatuer'.
In Friesland staan heel wat panden volgens de architectuur van de Amsterdamse School. In Gebouwen als sculptuur beschrijft Peter Karstkarel diverse voorbeelden, uit o.a. Leeuwarden, Nes (Ameland), Gorredijk en Sneek.
Hans Koppen zet de huisjes van de PEB in het nieuwe licht. Deze electriciteitshuisjes werden vaak Pake en Beppe huisjes genoemd.
Directeur van het Fries Scheepvaartmuseum Meindert Seffinga is nog steeds dolenthousiast over zijn topaanwinst, het schilderij van de zeeslag met Tjerk Hiddes de Vries.
En verder bespreekt Atte Jongstra op geheel eigen wijze de Nieuwe Encyclopedie van Fryslân.

Het Fries Genootschap is dé vereniging voor iedereen met belangstelling voor de geschiedenis en cultuur van Fryslân. Het Genootschap heeft een traditie die teruggaat tot de oprichting in 1827, maar is er in de eerste plaats voor de mensen van hier en nu, voor de Friezen en voor hen die zich met Fryslân verbonden voelen.

Het Fries Genootschap geeft naast Historisch Tijdschrift Fryslân ook het wetenschappelijk jaarboek De Vrije Fries uit, en organiseert allerlei activiteiten op historisch gebied, zoals excursies, lezingen en symposia.

Met Historisch Tijdschrift Fryslân laat het Fries Genootschap zien dat de geschiedenis van Fryslân een spannend verhaal is, dat nooit is afgelopen. Door de verbinding met de actualiteit te leggen maakt het tijdschrift duidelijk dat wie het Fryslân van nu wil begrijpen, het verleden moet kennen.

Lid worden van de vereniging: Voor € 42,50 per jaar bent u lid van het Koninklijk Fries Genootschap. Niet alleen ontvangt u dan Historisch Tijdschrift Fryslân en jaarboek De Vrije Fries, u hebt ook gratis toegang tot het prachtige Fries Museum en tot de activiteiten van het Genootschap. Wie iets met Fryslân heeft, is lid van het Genootschap!
Voor meer informatie over de vereniging zie ook: http://www.friesgenootschap.nl/

dinsdag 29 november 2016

Knielende beelden Van Aylva terug naar NH kerk Holwerd

Het is altijd een wens geweest van wijlen Sytse ten Hoeve om de prachtige beelden van een echtpaar Van Aylva terug naar Holwerd te brengen.
In de NH kerk van Holwerd bevindt zich het familiegraf van de adellijke Friese familie Van Aylva. Tijdens de grote nieuwbouw van de kerk rond 1780 bleef dit graf intact, inclusief grafplaat. Wel verdween het marmeren praalgraf met hek in de loop der tijd toen in 1795 de Bataafse Revolutie langsraasde. De overhuifde herenbank van de Van Aylva familie met vele prachtige houtsnedes is wel bewaard. Een paar beelden kwam na 1795 bij een boerderij in Oostrum terecht en later als tuinversiering bij boerderij Noord-Kleffens in Raard. De knielende beelden van een echtpaar (van wie de man in militaire outfit) stellen mogelijk de ontzaglijke generaal Hans Willem baron Van Aylva en zijn echtgenote Frouck Ulbes van Aylva voor. Het kunnen echter ook zijn ouders zijn, Hessel Meckema van Aylva en Elisabeth d'Althan, of de oom Ernst van Aylva.

De beelden zijn uiteindelijk in het depot van het Fries Museum terechtgekomen. In dit depot te Nuis zijn ze momenteel nog steeds opgeslagen, maar niet lang meer.
De stichting Alde Fryske Tsjerken liet weten dat de beelden waarschijnlijk voor de zomer van 2017 terug in Holwerd zullen zijn: "Architect Brouwer maakt een plan waarmee we naar fondsen gaan. Daarna uitvoering".
In november 2015 deed de stichting een bruikleenverzoek bij het Fries Museum dat inmiddels gehonoreerd is. Dit sluit ook aan op de trend bij musea om te gaan 'ontzamelen', het niet nodeloos in depot houden van stukken die er anders waarschijnlijk nooit meer uitkomen.

Wat dat betreft zou het misschien ook weer een poging waard zijn de gevelsteen uit 1613 van het geboortehuis van Foeke Sjoerds terug naar Ee te krijgen!

En nu we toch bezig zijn: ik ben met wethouder Pytsje de Graaf, in het kader van het project Suder-Ie, aan de slag om de herdenkingssteen uit 1671 van Ezumazijl nu eindelijk eens een gepaste plek bij de sluis terug te geven!

In het blad van de stichting Alde Fryske Tsjerken schreef Albert Reinstra een uitgebreid artikel over de Van Aylva beelden. Het themanummer 14 van 2016 is geheel gewijd aan artikelen van de hand van en over Sytse ten Hoeve (1945-2016). Hij was vele jaren bestuurslid van de Stichting Alde Fryske Tsjerken en overleed op nieuwjaarsdag. "Heel bijzonder is het artikel over de ridderbeelden van Holwerd. Het was een diepe wens van hem dat die terug zouden keren naar de Willibrorduskerk van Holwerd, nadat ze jarenlang in opslag lagen in het depot van het Fries Museum in Nuis."
Sytse ten Hoeve was ook degene die het coverartikel van De Sneuper 109 met Rococo uit Dokkum op Paleis Het Loo schreef. Hierin werd onthuld dat het oude interieur uit het Dokkumer hoofdpostkantoor thans de kamer van de directeur van Het Loo siert!